08 Sep

Door

Inburgeringscursus voor managers

September 8, 2016 | By |

Waarom managers niet zeggen wat ze bedoelen en doen wat ze niet zeggen.

Managementtaal zit samenwerken behoorlijk in de weg. Wie dat niet gelooft, doet er goed aan de inburgeringscursus van Joop Swieringa te volgen. Hij schreef onlangs het boek Inburgeringscursus voor managers. Het boekje is voortgekomen uit zijn verwondering over het merkwaardige, verdoezelende taalgebruik van managers. Volgens Joop is managementtaal gewoon machtstaal, die wil verdoezelen dat ze machtstaal is. Een taal die bedoeld is om te beheersen wat inmiddels niet beheerst kan worden. Een taal overigens, die je wel moet beheersen, anders kan je het als manager voor wat betreft je carrière wel vergeten.

Managementtaal volgens Joop
Naast de vier kernwoorden taken, regels, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn er nog zes woordsoorten waarvan de aanduiding voor zich spreekt. Er zijn verdoezelwoorden, piramidalewoorden, beheerswoorden, vechtwoorden, veranderwoorden en bezweringen. We moeten “snappen hoe ze werken”, omdat het vaak anders is dan we denken en willen.

Zo suggereren de beheerswoorden dat er processen zijn te managen, waar we al lang van weten dat deze niet te beheersen zijn. Denk aan cultuurmanagement, reputatiemanagement, crisismanagement, omgevingsmanagement en emotiemanagement. De verdoezelwoorden geven vooral een beeld weer van hoe geraffineerd taal kan zijn. Als managers zeggen implementeren, bedoelen ze doordrukken; feedback staat voor verwijten; integraal aanpakken voor uitstellen en structureel aanpakken voor ongewenst gedrag wegregelen. Het is natuurlijk ook wat cynisch, maar wie herkent het niet. Zo is ook heel herkenbaar dat er veranderwoorden zijn, die bedoeld zijn om “ze” zover te krijgen. Woorden die doen vergeten dat mensen zich niet laten veranderen, maar dit alleen zelf doen.

De waarde van managementtaal
Met Joop weten we dat managementtaal onze welvaart een flinke impuls gaf door te helpen werk te standaardiseren en productie te beheersen. Taal waarmee we denken, doen en beslissen, opdelen met regels, controle, organisatieschema’s, etc. Dat lukte toen prima. We genieten nog van de welvaart. Maar in ons ideeën tijdperk van co-creëren en participatie werkt het echt niet meer.

Taal sluit in en uit. Daarom geven ook de niet-managers aan samenwerken vorm met dezelfde machtswoorden, om er bij te horen. Zet een groep bij elkaar en voor je het weet worden oplossingen gezocht in het opknippen van het vraagstuk. Al heel snel gaat het over het organiseren van taken / functies, regels, bevoegdheden en verantwoordelijkheden in plaats van over focus, verbinding en synergie. Ook een adviseur die deze taal niet gebruikt, heeft wat uit te leggen maar zal daar vaak niet de gelegenheid voor krijgen.

Tijd voor andere managementtaal?
Joop suggereert in zijn nawoord dat we op zoek moeten naar andere managementtaal. Ik stel voor om een samenwerktaal te ontwikkelen. Laten we beginnen met het schrappen van de woorden manager en medewerker en voortaan het woord samenwerker gebruiken. We zoeken vervolgens gericht naar woorden die helpen om samenwerken betekenis te geven, om te vertrouwen en om met elkaar te delen. Dan worden we ons vanzelf bewust van machts- en beheerswoorden.

Kan het toekomstige samenwerken zonder managementtaal?
Op 30 september, tijdens de Basisdag van de School van Samenwerken, zal dit zeker aan de orde komen, al was het alleen omdat Joop Swieringa als commissaris van Vriend GGZ, één van de deelnemers is. Ben je bestuurder, manager of stafverantwoordelijke? Dan ben je ook van harte welkom, er zijn nog een paar plaatsen beschikbaar.